Floris ende Blancefloer

Geschiedenis

Het begin 1972 - 1973

In het begin van de jaren 70 werden tussen pot en pint, met enkele vrienden herinneringen opgehaald over toneel in Assenede in de jaren 50. Onder het impuls van Ernest Haers werd de opstart van het toneelleven met het toneelstuk “Bazin en Knecht” een feit, tevens het debuut van de toen nog jonge spelers Luc Wijngaert en Dirk Haers.Het enthousiasme van de kersverse toneelspelers leidde tot een onverwacht succes en de stimulans om verder te werken was een voldongen feit.Op 1 november 1972 deed voetbalclub FC Assenede officieel afstand van de naam “Floris ende Blancefloer” en stond de jonge toneelvereniging vanaf dat moment op eigen benen met Georges Mechelinck als voorzitter.Met de opvoering in het NTG Gent van “Slisse bouwt” mochten we, met enige fierheid, in 1973, aan het “Festival van het Amateurtoneel” deelnemen. Ondanks de vele open doekjes van het publiek, was de kritiek van de pers niet mals

In de periode van 1974 - 1978

Groeide er binnen de groep de stille drang om over te schakelen naar meer modernere toneelstukken. De opvoeringen van “Kom doe eens wat” onder regie van Robert De Lust, Het Slangennest, Een baby van 1000 weken, Blijf zitten waar je zit, onder regie van Luc De Waele spraken het Asseneeds publiek minder aan.

1979

1979 was een jaar gekenmerkt door interne moeilijkheden, en een verbod tot gemengd spelen door de lokale geestelijken. Met de opvoering van “Paradijsvogels” vatte de dynamische Ernest Haers, het plan op om de toneelgilde van de ondergang te redden. En het werd een succes… Om en bij de 40 uitvoerders deden 5 bomvolle zalen brullen van het lachen. We herinneren ons nog de Bourgondische Bolle Verbuyck, de levensgenieter Rietje Rans en Flavie, respectievelijk gespeeld door Arnold Van De Keere, Daniel De Lust en Andrea Verleye en het eerste optreden van “de koster” Jan De Smet. Méér dan 2000 toeschouwers woonden de vertoningen bij. Eén zaak was toen duidelijk, een nieuwe weg was ingeslagen, onze toneelgilde kende een vernieuwde start.

In de periode van 1980 tot 1986

Werd er gekozen voor toneelstukken van Vlaamse schrijvers in een afwisselende regie van Frank Bultinck met “Waar de Sterre bleef stille staan” en “Pastoor Campens zaliger” en Ernest Haers, die bewust koos voor levensechte volksstukken zoals “Het Gezin Van Paemel” - “Oud Heidelberg” en “Fientje Beulemans” . Opmerkelijk was ook de keuze voor meer realistische en wisselende decors . Een niet te onderschatten opgave voor de toenmalige technische ploeg . Ondertussen waagde Eddy Moens zich, samen met Arnold Van De Keere aan hun eerste prille regie bij “De Klucht van de Brave Moordenaar”

De periode vanaf 1987 tot op heden

Is gekenmerkt met de start van een nieuwe generatie huisregisseurs : Eddy Moens en Dirk Haers Elk met hun eigen inzicht, hun eigen invalshoek en gedrevenheid, wat zeker ten goede komt aan de kwaliteit. Dirk gaat meestal de klassieke en humoristische toer op, Eddy ook humoristisch maar een tikkeltje meer naar het modernere, maar in beide gevallen herkenbaar met een Vlaams en volks karakter. Beiden zijn evenveel gefocust op maar een doel, ons trouw publiek een ontspannen, zorgeloze en aangename toneelavond te bezorgen.

Tekst Paul De Hantsetters, herwerkt door Koen De Buck

Floris ende blancefloer is lid van